COVID-19 heeft wereldwijd een ongekende gezondheidscrisis veroorzaakt. Reeds van bij het prille begin van de uitbraak spelen tests een cruciale rol in de strijd tegen deze pandemie. In wat volgt maken we u wegwijs in de verschillende COVID-19 tests en zoomen we in op hoe ze worden ingeschakeld in opeenvolgende fasen van het ziekteverloop.

Deze tekst is gebaseerd op de tekst “Testen op COVID-19 op de website van Diagned, de overkoepelende organisatie van fabrikanten en importeurs van in vitro diagnostica in Nederland.


Het is belangrijk te noteren dat er heel wat onderzoek en ontwikkeling gebeurt op vlak van testing en dat de inzichten continu veranderen. Bedrijven investeren aanzienlijk en doen alles wat ze kunnen om zo snel mogelijk kwalitatieve testen op de markt te brengen en de nodige capaciteit te garanderen.


 

Inhoudsopgave

1. Twee soorten tests

A. Diagnostische tests

B. Serologische tests

2. Kwaliteit en veiligheid

3. Testbeleid in België

4. Testcapaciteit

5. Meer informatie over COVID-19 tests

 

1. Twee soorten tests

We onderscheiden twee grote groepen van tests:

  • diagnostische of virale tests, gebruikt om vast te stellen of iemand op het moment van de test al dan niet besmet is met COVID-19 (SARS-CoV-2);
  • serologische, antilichaamtests of bloedtests, die aantonen of iemand besmet is of al eerder besmet is geweest.

Beide soorten tests zijn essentieel voor een effectieve en gefaseerde aanpak van de pandemie. Naast beslissingen op niveau van individuele patiënten maken ze geïnformeerde beslissingen op populatieniveau mogelijk, onder andere met betrekking tot het verlichten of verstrengen van inperkingsmaatregelen.

 Geschatte variatie in tijd voor de verschillende tests

Picture1

Viraal RNA wordt reeds detecteerbaar in nanopartikels 1-2 dagen voordat de symptomen optreden en piekt tijdens de eerste week. Het begint af te nemen in week 2 en wordt vervolgens niet meer detecteerbaar.

Bron: Sethuraman SJ. et al. Interpreting Diagnostic Tests for SARS-CoV-2. JAMA 2020.

Bovenstaande grafiek geeft aan op welk tijdstip COVID-19 testen het meest accuraat een besmetting kunnen detecteren of in het geval van een serologische test de aanwezigheid van antilichamen kunnen detecteren (gebaseerd op de huidige wetenschappelijke kennis). Er is nog geen wetenschappelijke consensus over het opkomen van de IgM en IgG antilichamen. Er is ook onderzoek dat aantoont dat de IgG antilichamen enkele dagen later opkomen dan de IgM antilichamen.

A. Diagnostische tests 

Diagnostische tests worden gebruikt voor personen met een mogelijke actieve besmetting en kunnen via het opsporen van genetisch materiaal van het virus aantonen of een individu al dan niet een actieve infectie heeft. Deze tests stellen zorgverleners in staat snel geïnfecteerde personen te identificeren zodat de juiste behandeling kan worden opgestart en indien nodig quarantaines worden geïmplementeerd. Bovendien kunnen andere personen die met hen in contact kwamen en dus mogelijks besmet zijn worden getraceerd om zo grote en ongecontroleerde uitbraken te voorkomen.

Momenteel zijn er twee soorten diagnostische tests die het actieve virus kunnen detecteren: moleculaire tests of PCR (Polymerase Chain reaction) tests en antigeentests.

Voor de diagnose van een actuele infectie met het coronavirus bevelen de Wereldgezondheids-organisatie (WHO) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‐bestrijding (ECDC) momenteel moleculaire of PCR tests aan.

Moleculaire of PCR tests

Wat is een moleculaire test?

Moleculair gebaseerde COVID-19-tests laten toe de aanwezigheid van genetisch virusmateriaal (RNA) bij een individu te detecteren. Ze geven dus aan of een persoon op dat moment besmet is en zeggen niets over een mogelijke eerdere besmetting Deze tests worden ook wel PCR-tests of RNA-tests genoemd.

Hoe werkt de test?

De test begint met de professionele en zorgvuldige monsterafname met behulp van een flexibel wattenstaafje van keel- en/of neusslijm of met een sponsje van speeksel bij de mogelijks besmette persoon. Het monster gaat dan meestal naar een laboratorium waar het met de RT-PCR techniek (Polymerase Chain Reaction) geanalyseerd wordt op de aanwezigheid van genetisch materiaal van het virus (RNA). Het duurt bij laboratoriumonderzoek ongeveer 24 tot 48 uur na monsterafname voordat een uitslag bekend is bij de patiënt (test is vrij snel, maar vanwege o.a. het groeperen van testen en de beperkte capaciteit duurt het langer vooraleer het resultaat tot bij de patiënt geraakt).

Wat is er nodig voor de test?

In de eerste plaats is voor de monsterafname een nasofaryngeaal wattenstaafje (‘swab’) of een sponsje voor speekselafname vereist. De afname van het monster dient te gebeuren door een zorgprofessional. Deze afname kan overal gebeuren, zolang de zorgprofessional beschikt over de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen. Voor de analyse in het laboratorium is gekwalificeerd laboratoriumpersoneel nodig, dat eveneens beschikt over de nodige persoonlijke beschermings-middelen, gevalideerde testapparatuur en de nodige reagentia voor de test. Bepaalde moleculaire tests maken het mogelijk om rechtstreeks op een speekselmonster te werken, waardoor het risico voor het personeel beperkt wordt en de test minder "invasief" wordt. In het geval van een tekort aan swabs (nasaal, enz.), laat dit alternatief het testen toe. Er zijn ook nieuwe ‘point-of-care’ (POC) of near-patient moleculaire tests. Die kunnen worden uitgevoerd met mobiele analyzers in klinieken, in dokterspraktijken of zelfs in mobiele sites waarbij de testuitslag binnen maximaal 30 minuten bekend is.  Een belangrijk verschil tussen laboratorium- en point-of-care moleculaire tests is de verwerkings-capaciteit: laboratoriumtests maken het mogelijk om honderden tot duizenden monsters per dag te verwerken; point-of-care-tests en de bijbehorende instrumenten op printerformaat zijn geschikt voor het uitvoeren van kleine batches of individuele monsters tegelijk.

Wat zegt de uitslag?

Een positief testresultaat geeft aan dat het geteste individu besmet is op dat moment met het virus en dus besmettelijk is. Een negatief resultaat sluit besmetting echter niet volledig uit. Valse negatieven kunnen bijvoorbeeld optreden als gezondheidswerkers niet diep genoeg in de neus of keel gaan om een ​​goed monster te verzamelen. De secretie van het virus in het slijmvlies varieert ook van persoon tot persoon. Tenslotte is de timing van de test belangrijk. Infecties kunnen worden gemist als het testen te snel na blootstelling gebeurt. Het virus moet immers aanwezig zijn op een niveau dat hoog genoeg is om door de test te worden gedetecteerd.

Antigeentests

Wat is een antigeentest?

Een antigeentest is een andere type van diagnostische test en dient eveneens om aan te tonen of een persoon op het ogenblik van de test besmet is of niet.

Hoe werkt de test?

Ook deze test begint met de professionele en zorgvuldige monsterafname bij de mogelijks besmette persoon. Deze wordt ook doorgaans op monsters van de neus of keel verricht. De analyse is echter zeer verschillend. Een antigeentest detecteert een specifiek viraal eiwitmateriaal dat aangehecht is op het oppervlak van het virus.

Wat is er nodig voor de test?

Net zoals voor moleculaire tests wordt er meestal een monsterafname gedaan met een nasaal of nasofaryngeaal wattenstaafje en kan dit overal worden gedaan door gekwalificeerd medisch personeel met persoonlijke beschermingsmiddelen.Voor deze tests wordt meestal gebruik gemaakt van gevalideerde testapparatuur en de nodige reagentia. Sommige van de AG testen gebruiken echter gewoon een strip zoals een zwangerschapstest. Hiervoor is geen specifieke apparatuur nodig.
De meeste op antigeen gebaseerde tests die tot nu toe zijn ontwikkeld, zijn point-of-care-tests of sneltests in klinieken en dokterspraktijken. Er zijn ook antigeentests beschikbaar die in het labo uitgevoerd worden. Hoewel ze dezelfde apparatuur gebruiken voor de monsterafname, onderscheiden ze zich door hun hoge verwerkingscapaciteit voor geautomatiseerde tests en door de volledige en geautomatiseerde traceerbaarheid van het gebruikte monster. Deze geautomatiseerde antigeentests zullen in erkende laboratoria worden uitgevoerd en continue resultaten opleveren.

Wat zegt de uitslag?

Ook bij deze testen geeft een positief testresultaat aan dat het geteste individu besmet is met het virus en dus besmettelijk is. Net zoals bij een moleculaire test is een negatief resultaat niet sluitend en dit vanwege dezelfde redenen. Er moet immers een voldoende grote hoeveelheid van virusmateriaal aanwezig zijn om een besmetting te kunnen detecteren. Antigeentests worden vanwege hun snellere resultaat vooral gebruikt bij acute levensbedreigende situaties, maar ze kunnen zeker een rol gaan spelen bij het identificeren van de superverspreiders, testing in scholen, sport clubs etc.

B. Serologische tests

De tweede grote groep van tests zijn de serologische tests. Deze tests worden zowel gebruikt om na te gaan of een persoon besmet is of in het verleden besmet was met COVID-19. Door met behulp van serologische tests personen te identificeren die besmet zijn of in het verleden besmet zijn geweest, is het mogelijk om de verspreiding van het virus in kaart te brengen en dus beter te begrijpen. De tests op immuniteitsrespons of groepsimmuniteit van de bevolking zouden bovendien een belangrijke rol kunnen spelen in het beleid om het virus tegen te gaan.

Wat is een serologische test?

Een serologische test zegt iets over een mogelijke actuele besmetting en over een besmetting in het verleden. Alleen mensen die geïnfecteerd zijn of besmet geweest zijn kunnen positief testen.

Hoe werkt de test?

Deze tests starten met de afname van een bloedmonster ipv keel- en/of neusslijm. Ze meten de aanwezigheid van antilichamen in het bloed die het lichaam aanmaakt(e) om de besmetting van het virus tegen te gaan. Deze antilichamen binden zich stevig aan het virus om het onschadelijk te maken. Het kan enkele dagen of weken duren voordat deze antilichamen zich ontwikkelen en ze kunnen na herstel vele maanden aanwezig blijven in het bloed. De aanwezigheid van de antilichamen wordt nagegaan op basis van een immunochemische reactie, ofwel de specifieke binding tussen antigeen (aanwezig in het test-reagens) en antistof (aanwezig in het bloed).

Wat is er nodig voor de test?

Voor de test moet bloed worden geprikt. Dat gebeurt doorgaans door professioneel medisch personeel, dat uitgerust met persoonlijke beschermingsmiddelen een buisje bloed afneemt. Deze bloedafname kan in elke omgeving gebeuren. Dan volgt meestal de analyse door gekwalificeerde laboratoriumspecialisten in een klinisch laboratorium op grote geautomatiseerde systemen. Hierbij wordt het bloedmonster voorbewerkt en vervolgens vindt de detectie van antilichamen plaats. Behalve gekwalificeerd laboratoriumpersoneel en gevalideerde testapparatuur zijn voor dergelijke serologische test speciale reagentia en referentiemateriaal vereist. Er zijn echter ook voor serologische testen sneltesten en point-of-care tests. Bij sneltesten volstaat voor sommige testen een vingerprik. In sommige landen zijn deze ook als thuistest in omloop (niet in Nederland noch in België) waarvoor geen systemen nodig zijn.

Wat zegt de uitslag?

Een positief testresultaat, d.w.z. de aanwezigheid van antilichamen, betekent dat iemand een infectie met het virus doormaakt of heeft doorgemaakt en een immuunrespons heeft ontwikkeld. Iemand die positief test heeft antilichamen die werden aangemaakt om de huidige of voorbije infectie te bestrijden. Wetenschappers zijn er nog niet uit of de aanwezigheid van antistoffen effectief een bepaalde mate van toekomstige immuniteit verleent en zo ja voor hoe lang.

 

Onderstaande geeft de uitslagen van beide tests in verschillende infectiefasen:

COVID-19                         

Diagnostische test          

Serologische test   

Gezond (vóór infectie)

negatief

negatief

Presymptomatische fase         

positief

negatief

Acute fase

positief

positief
(indien al antilichamen werden aangemaakt)

Herstel fase

positief

positief

Hersteld (na infectie)

negatief

positief

 

2. Kwaliteit en veiligheid 

Alle COVID-19-tests behoren tot de ‘in vitro diagnostica’ (IVDs) en moeten als dusdanig voldoen aan strikte Europese wet- en regelgeving voordat ze op de markt komen. Deze wet- en regelgeving stellen de essentiële eisen vast voor de veiligheid en uitvoering van diagnostische en serologische tests. Deze gelden voor alle componenten die nodig zijn om de test uit te voeren, dus inclusief materiaal voor de monstername, (analyse) apparatuur en de gebruikte reagentia. Zo is voor elke component een CE-markering verplicht wat aangeeft dat deze voldoet aan EU-regelgeving. Tegelijkertijd worden markttoezichtmechanismen opgezet om ervoor te zorgen dat producten verder worden gecontroleerd zodra ze op de markt zijn.  

Het is meer dan ooit van cruciaal belang dat de eisen en procedures van de wet worden gevolgd. Dit zorgt ervoor dat betrouwbare en nauwkeurige tests worden ingezet in de strijd tegen de COVID-19 pandemie.

Naast kwaliteitseisen aan tests en testsystemen is professioneel gebruik ervan in een professionele omgeving een voorwaarde voor veilige en betrouwbare toepassing in de praktijk.

Sensitiviteit en specificiteit zijn twee indicatoren die de kwaliteit van een test bepalen. Sensitiviteit gaat de gevoeligheid van een test na en wordt uitgedrukt als het percentage terecht positieve uitslagen onder zieke personen. Hoe hoger de sensitiviteit van een test, hoe groter de kans dat iemand die de ziekte heeft daadwerkelijk positief test. Hier tegenover staat dat een persoon ook positief kan testen, ook al is deze persoon niet ziek. Dit wordt een vals positief testresultaat genoemd in het medisch jargon.

De specificiteit van een test is het percentage negatieve testuitslagen onder niet-zieke personen.  Hoe hoger de specificiteit van een test, hoe groter de kans dat een niet-zieke persoon negatief test. Ook hier kan een persoon negatief testen, ondanks het feit dat hij wel drager is van de ziekte. Dit noemen we een vals-negatief testresultaat.

 

             

SENSITIVITEIT        

SPECIFICITEIT     

   
 

ZIEK

NIET ZIEK

   

TEST POS         

echt positief (A)

vals positief (B)

   
   

TEST NEG

vals negatief (C)

echt negatief (D)

   

 

Sensitiviteit = A / (A + C)

Specificiteit = D / (D + B)

 

Een ideale test heeft een sensitiviteit van 100 % (alle zieke mensen testen positief) en specificiteit van 100% (alle gezonde mensen testen negatief). In werkelijkheid scoren testen echter nooit 100% op beide indicatoren, ook de verschillende COVID-testen niet.

 

3. Testbeleid in België

Het testbeleid voor België wordt door Sciensano gecoördineerd op verzoek van de bevoegde autoriteiten op het gebied van preventie, gezondheidszorg, bestrijding van infectieziekten en risico-/crisisbeheer. De inhoud van deze procedure werd gevalideerd door de Risk Management Group. Deze procedures worden in de loop van de tijd bepaald en aangepast in functie van de evolutie van de pandemie, de wetenschappelijke kennis en ontdekkingen, de mening van experten en de wetenschappelijke wereld, en de beschikbare middelen. De richtlijnen vervat in deze procedures moeten zo goed mogelijk worden uitgevoerd in functie van de plaatselijke beperkingen en de klinische inschatting van de arts.

De geldende testingprocedures, zowel voor diagnostische als voor serologische tests, kan u steeds raadplegen op de Sciensano COVID-19 webpagina onder de rubriek Gevalsdefinitie en indicaties voor testen.

De meest recente informatie over de geldende terugbetalingsprocedures voor moleculaire, antigenen en serologische tests kan u raadplegen op de COVID-19 webpagina van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV).

 

4. Testcapaciteit

De testcapaciteit wordt in België nauwgezet opgevolgd door een specifieke werkgroep “Test capacity, diagnostica & reagentia”​ van de Taskforce Shortages. Momenteel heeft ons land een testcapaciteit voor diagnostische tests van gemiddeld 30.000 tests per dag. In september 2020 werden er gemiddeld 30.000 testen per dag geanalyseerd, met een piek van 46.000 testen op 16 september. De maximale testcapaciteit zou in de herfst van 2020, bij de start van het griep- en luchtwegeninfectiesseizoen moeten worden opgetrokken tot 50.000 à 70.000 tests per dag.

 

5. Meer informatie over COVID-19 tests

beMedTech respecteert de privacy van uw gegevens. Waarom cookies? Ze worden gebruikt om de website en uw browserervaring te verbeteren. Klik op "Ik heb het begrepen" om cookies te accepteren en direct door te gaan naar de website of klik op “Meer informatie”.

Ik heb het begrepen